Uit het archief

‹ Terug naar overzicht

Geplaatst op: 12-04-2019

ARCHIEF (1)

Zoals u weet zijn we bezig geweest om ons archief weer bij de tijd te brengen. Dat heeft ons wel veel tijd gekost, maar snuffelen in het verleden, levert ook heel bijzondere momenten op. Daarvan willen we u een beetje laten meegenieten. Veel plezier met het lezen hiervan.

 

In 1930 kreeg toen kapelaan J.B. Slosser opdracht van aartsbisschop

Mgr.J.Jansen (Utrecht) een parochie te stichten in Steenwijksmoer. Die opdracht nam hij aan. Hij vroeg meteen geld voor de bouw van de kerk aan Mgr. Jansen zelf. Dat kreeg hij ook nog: f 5.000,- Het eerste geld was binnen. Zo’n man was pastoor Slosser. Hij heeft heel wat acties ondernomen om de financiën bij elkaar te krijgen. Soms kleine bedragen soms grote bedragen. Minutieus bijgehouden in een grijze map met een bijna niet te ontcijferen handschrift en voorzien van zijn commentaar. Kunt u het zich voorstellen dat onze Franciscuskerk voor nog geen f 80.000,- werd aanbesteed? Wat een tijd!

In juli 1931 ging de eerste spade de grond in en toen een week later een

schip met stenen in het Krimkanaal lag, werden die stenen (en ook zand en grind) met paard en wagen naar Steenwijksmoer gebracht. Ziet u de stoet al rijden heen en terug en opnieuw heen.

De eerste steen werd op 17 september 1931 gelegd. Een afschrift van de

oorkonde, die bijgesloten werd, ligt in ons archief. Op 10 februari 1932

ging pastoor Slosser in de pastorie wonen en 17 februari werd hij officieel ingehaald door zijn nieuwe parochianen. Op 30 maart 1932 werd de kerk voorlopig ingezegend en werd de eerste Heilige Mis opgedragen in een toen nog vrij kale kerk. Pas later had pastoor Slosser voldoende geld bij elkaar gebedeld om de kerk te verfraaien.  “Ome Piet” ( familie van Eykelenburg) heeft hier veel aan bijgedragen. In 1939 kon kerkschilder J.M Ypema aan het werk. Van zijn schilderingen genieten we nog altijd. Ze zijn prachtig en nauwelijks aangetast door de tand des tijd! Wat wel iets zegt over de kwaliteit hiervan.

 

UIT HET ARCHIEF (2)

De oorlog ging ook niet ongemerkt aan Steenwijksmoer voorbij. Toen bekend werd dat soldaat J.H.Beerling in 1940 was gesneuveld, werd hem een ere-graf aangeboden voor de Calvarieberg. Deze Calvarieberg was nog nauwelijks klaar. De familie van Eykelenburg had hem nog maar net geschonken, maar de plaats waar hij moest komen, was wel bekend. Wanneer in 1944 G. Soppe sneuvelt krijgt ook hij daar een ere-graf.

Er kwamen, ondanks de oorlog, nog steeds van verschillende kanten cadeautjes binnen ter verfraaiing van de binnenkant van de kerk en voor de erediensten zoals een ciborie, kelken, monstrans e.d.

Wegens plaatsgebrek in de kerk werden er provisorisch nieuwe plaatsen bijgemaakt. Geen eikenhouten maar voorlopig vurenhouten. Dat kun je je nu toch haast niet meer voorstellen. Dat gebeurde in 1949 nog een keer.

De kerk kreeg een aanslag van de gemeente Coevorden van f 9,61 voor straatbelasting. Ook dat moest betaald worden.

Toen de klok van de toren in 1943 werd gevorderd door de Duitsers, werd er onmiddellijk een fonds gevormd voor nieuwe klokken. Veel mensen droegen meteen iets bij. Binnen een jaar stond al f 800,- op de rekening. De actie van de kinderen om konijnen te fokken en te verkopen voor een klok is een bekend verhaal in Steenwijksmoer. Een inscriptie in de kleinste klok getuigd hiervan: “Ik dank mijn ontstaan aan de konijnen van de kleinen.”

In 1943 wordt een begin gemaakt met sparen voor een pijporgel. Dit orgel zou f 10.000,- moeten gaan kosten. In enkele maanden tijd werd ook daar bijna f 4.000,- voor bij elkaar gebracht. En dat gebeurde in oorlogstijd. Over gulle gevers gesproken!

Ook de Theresiaschool vraagt de aandacht van het kerkbestuur. Het personeel moest vanuit giften, die bij het kerkbestuur binnen kwamen, betaald worden, omdat het rijk de betaling had stopgezet. Na de oorlog zou dat verrekend worden. Of dat ook gebeurt is, hebben we niet kunnen vinden.

Het orgel, de centrale verwarming en ook de klokken konden pas na de oorlog geleverd worden, staat in het verslag van pastoor Slosser. Bovendien vroeg hij toestemming om 1000 tegels te mogen aanschaffen omdat ’s winters bij opdooi het voor de ingang van de kerk een grote modderpoel was. Daar kreeg hij toestemming voor. Droge en schone voeten waren ook belangrijk voor het schoonmaken van de kerk binnen.

UIT HET ARCHIEF (3)

In de eerste jaren na de oorlog is er nog veel gebeurd om de kerk te verfraaien. Zo werd het wapen van Drenthe aangebracht, een nieuw orgel door de Gebr. Pels uit Alkmaar geleverd, nadat het koor gratis door de bekende familie van Eijkelenburg werd vergroot. Er werd centrale verwarming aangelegd en omdat de bisschop op bezoek zou komen, werd ook het portaal geschilderd door J. Lelyveld.

In 1950 overleed onderwijzeres mej. H.G.F.Assen. Zij schonk aan de kerk voldoende geld om na haar overlijden een kleuterschool te bouwen. Die is er ook gekomen, maar pas in 1962 kon een bouwvergunning aangevraagd worden. De kleuterschool heeft haar naam gedragen totdat de Sint Theresiaschool en Harmina-Assen kleuterschool samen de basisschool ‘Sint Theresiaschool’ zijn geworden.

Ondertussen ging pastoor Slosser maar door met het verfraaien van de kerk. Er kwam neonverlichting voor het torenkruis, een fietsenstalling (ophangsysteem), een koperen expositiekroon op het tabernakel, prachtige smyrnakussens voor op de treden van het altaar (ze zijn er nog steeds), twee koperen armen voor godslampen in de boog van het priesterkoor en nog veel kleine versieringen die de kerk gemaakt hebben tot wat hij nu is.

Feesten kon pastoor Slosser ook al hield hij er niet van zelf in het middelpunt te staan. De revue: ‘ Je mot maar komme in Steenwijksmoer’ die meester Veldhuizen en Heskamp samen gemaakt hadden, was een groot succes in 1937. De hoofdpersonen ‘Graads en Dine’ oogsten veel bijval en waren in de latere jaren vaak in verschillende toneelstukken weer van de partij.

Dat pastoor Slosser trots op zijn kerk was moge duidelijk zijn. Hij zag het echt als ‘de kathedraal van Drenthe’. Hij vond dat het zijn taak was om die zo mooi mogelijk te maken. Daar stak hij ook veel werk in. Hij was heel handig, timmerde, schilderde als het nodig was zelf; was koster en stoker en bovendien tuinierde hij graag. Een druk manneke dus.

Je zou haast zeggen waar haalde hij de tijd vandaan naast het bezoeken van parochianen; de kathechismuslessen op school, het voorbereiden van de vieringen (de preek leerde hij helemaal uit het hoofd) en het bijhouden van de administratie. Doe het hem maar eens na.

 

UIT HET ARCHIEF (4)

De oorlogstijd vermeld nog wel enkele aardige anekdotes van pastoor Slosser. Zo was hij erg zenuwachtig toen de Duitse soldaten bij de brug van Goselink aan het schieten waren. Vanaf het dak van de pastorie keek hij door een verrekijker naar het gefluit van de kogels. Een erg zenuwachtige pastoor begroef daarna de kelken en monstransen in blikken trommels onder de grond in het kippenhok. De geconsacreerde hosties werden verstopt in een afvoerputje achter in de kerk en de flessen wijn gingen de vijver in. In grote zakken werden in de pastorie dekens en eerste levensbehoeften klaar gezet. Met Ap Weering werd een afspraak gemaakt: “Zo gauw de moffen hierheen komen, gaat alles op de kar van Ap en dan gaan we het veld in. daar zijn we de eerste dagen veilig.’ Toen de eerste paniek over gewaaid was en een paar dagen later bleek dat er geen direct gevaar was, moest alles weer terug gezet worden en het duurde dagen voor de wijn uit de vijver gevist was.

In de tijd dat de kerkklok gevorderd zou worden, ging pastoor Slosser met meester Veldhuizen een keertje in de toren kijken en vond daar een aantal radio’s die door Chris Dekker verstopt waren. ‘Verdomme jong, die moeten daar weg, anders krijg ik de schuld.’ was zijn reactie. Alle verboden waar werd toen naar de zolder in de school gebracht. Ook toen de Duitse wachtposten de school vorderden om er verbandmiddelen op te slaan, bleven de radio’s daar op zolder verborgen. Omdat meester Veldhuizen de sleutel had van de school, had de pastorie en de mensen in de buurt geen gebrek aan verbandmiddelen.

Na de oorlog kreeg pastoor Slosser een Franse oorkonde als onderscheiding voor zijn hulp aan Franse soldaten en werd hij benoemd tot ridder in de orde van Oranje Nassau.

De eerste jaren na de oorlog begon alles weer een beetje gewoon te worden. Zijn parochie groeide uit tot ongeveer 1200 parochianen en de school telde 250 leerlingen. Door het uitblijven van voldoende woningbouw in Steenwijksmoer vertrokken veel jonge stelletjes naar Coevorden of elders. Dat vond hij heel erg en hij trok voortdurend aan de bel bij de gemeente en uitte zijn kritiek over de achterstelling van ‘zijn’ dorpsgemeenschap.  Het heeft toen niet veel geholpen. Pas jaren later mocht er weer gebouwd worden, maar de terugloop was al begonnen.

UIT HET ARCHIEF (5)

In de 60er jaren kreeg ook pastoor Slosser te maken met de gevolgen van het tweede Vaticaans Concilie en het landelijk pastoraal concilie. Er werden daar besluiten genomen die voor veel veranderingen gingen zorgen. Deze veranderingen brachten ook onzekerheden met zich mee. De Latijnse taal in de eucharistieviering werd vervangen door het Nederlands. Van de pastoor werd gevraagd met het gezicht naar de mensen toe de eucharistie te vieren. Dat was echt wel even wennen voor de pastoor en voor de gelovigen in de kerk. Er werd gedacht aan een nieuw altaar voor op het priesterkoor. Veel ruimte was daar niet voor een extra altaar. Er moest dus ruimte gemaakt worden. Pastoor Slosser loste dat op door het priesterkoor te vergroten. Om dat te kunnen doen moesten de marmeren trappen verwijderd worden en werden die door houten exemplaren vervangen. De preekstoelen, die aan weerszijden van het priesterkoor links en rechts gemetseld waren, werden gesloopt en de communiebanken, met de twee engelen in het midden als poort, verdwenen ook.

Die engelen vinden we nu terug als ingang van de doopkapel.

Dit alles gebeurde door de parochianen zelf. Opnieuw een hele klus.

Al deze veranderingen gingen pastoor Slosser niet in de koude kleren zitten. Bovendien kostte het getouwtrek met de gemeente om de bouw van de Harmina Assenkleuterschool van de grond te krijgen hem veel energie. Toen ook de gezondheid van zijn trouwe hulp Nellie sterk achteruit ging en ze in 1967 overleed, werd het hem teveel. Hij kon zijn werk niet meer doen zoals hij gewend was en vereenzaamde sterk. De man die nooit ziek was geweest en die in al die 35 jaar nooit één H. Mis had overgeslagen, hakte de knoop resoluut door en vroeg emeritaat aan bij de bisschop in Groningen.

In september 1967 nam hij op een druk bezochte receptie afscheid van ‘zijn’ Steenwijksmoer en vertrok naar het bejaardencentrum (nu zorgcentrum) Sint Franciscus in Coevorden waar hij nog een aantal jaren actief was. Vaak reed hij nog naar Steenwijksmoer en bezocht daar veel oude bekenden. Op 22 oktober 1969 overleed hij na een kort ziekbed en werd onder grote belangstelling, ook van niet katholieken, op het kerkhof in Steenwijksmoer begraven. Een markante man was heengegaan.

 

UIT HET ARCHIEF (6)

Na het vertrek van pastoor Slosser werd er verrassend snel een nieuwe pastoor benoemd in Steenwijksmoer. Pastoor H.Z. Bosma was een beminnelijk man, die veel belangstelling  toonde voor de jeugd. Hij zocht ze op in hun soos, vierde samen met hen carnaval en werkte mee aan de oprichting van de jeugdclub ‘AnJoBeMa’. Hij ging veel op bezoek bij de parochianen en probeerde meer contacten te leggen tussen de ouderen. Hij kreeg een bejaardensoos van de grond en nam het initiatief om attenties te sturen naar zieken en bejaarden bij feestdagen. Hij was vele avonden op pad om discussiegroepen op te richten bij de mensen thuis.

De eerste contacten met de Raad van Kerken in Coevorden werden door hem gelegd en hij kon goed met de dominees uit de omgeving overweg wat leidde tot een gezamenlijke kerstviering hier en in Dalerpeel. 

Na de komst van pastoor Bosma trad het oude kerkbestuur na 35 jaar af. Op democratische wijze werd er een nieuw parochiebestuur gekozen uit kandidaten die door de parochianen werden voorgedragen. Wat nu heel logisch lijkt, maar toen nieuw was. Nieuw was ook de parochieraad die gevormd werd uit afgevaardigden van alle leeftijden en werkgroepen in de parochie. Er werden parochiemiddagen gehouden waar iedereen inspraak had en open over veel zaken gesproken kon worden.

Het kerkgebouw had veel achterstallig onderhoud en een grondige restauratie was nodig. Dat hierbij de glas-in-loodramen vervangen werden door gewoon glas, werd niet door iedereen begrepen. Er waren echter veel glas-in-loodramen beschadigd en er moest zoveel gebeuren dat het financieel niet haalbaar was om ze te restaureren..

Een ander probleem was de pastorie. Ook daar was in de tijd van pastoor Slosser weinig onderhoud aan gepleegd. Hij was verouderd, had geen verwarming en voldeed absoluut niet meer. Na overleg met deskundigen uit de parochie en uit het bisdom werd de conclusie getrokken dat op de lange termijn er teveel kosten aan verbonden zouden zijn om de pastorie te renoveren en dat een nieuwe pastorie de voorkeur zou moeten hebben. Ook hier kregen de parochianen de mogelijkheid om mee te denken. Na een enquête werd de beslissing genomen een nieuwe pastorie te bouwen aan de Kerkweg. Dat gebeurde en de oude pastorie werd verkocht.

Pastoor Bosma is maar vier jaar in Steenwijksmoer geweest, maar hij heeft veel in gang gezet waar we nu nog steeds de vruchten van plukken

UIT HET ARCHIEF (7)

In oktober 1971 kwam pastoor A.G.H. Jorritsma naar Steenwijksmoer. Dat was opnieuw even wennen. Hij was minder progressief dan zijn voorganger, hechtte erg aan tradities en bracht bepaalde gebruiken en riten weer terug. Ook werd er in de vieringen vaker in het Latijn gezongen. Sommige parochianen vonden dat heel fijn, anderen hadden het gevoel terug in de tijd te gaan. Hij was een welbespraakt man en dat kwam tot uiting in zijn preken. Pastoor Jorritsma bezocht samen met zijn zus Lena regelmatig de contactmiddagen van de ouderen, maar met de jeugd liep het wat minder goed. Op de een of andere manier vond hij het moeilijker om met hen te praten dan met de ouderen in de parochie. Overleggen en luisteren naar wat andere mensen bewoog, was niet zijn sterkste kant en dat gaf toch wel vaak strubbelingen. In het maatschappelijk werk voelde hij zich helemaal thuis. Hij werd voorzitter van de adviesraad van de M.A.D.I. (nu Icare) in Coevorden.

In deze periode moesten er ook weer veel problemen worden opgelost. Het Sint Jozefgebouw(parochiehuis) werd overbodig omdat er een dorpshuis was gekomen. Er was indertijd met de gemeente Coevorden afgesproken dat het Sint Jozefgebouw dicht zou gaan als het dorpshuis klaar was. Het gebouw werd verkocht.

Omdat het kerkbestuur ook schoolbestuur was, werd er veel vergaderd over de veranderingen in het onderwijs, het onderhoud van de school e.d.

Veel zakelijke vergaderingen dus.

Feest was er ook. Meester Veldhuizen nam in 1971 afscheid en meester Homma werd het nieuwe hoofd van de Theresiaschool. De parochie bestond in 1972 veertig jaar en ook dat moest uitbundig gevierd worden. In 1974 werd er ook afscheid genomen van meester Heskamp.

Er begon ook langzamerhand duidelijkheid te komen over wat een parochieraad inhield en wat haar taken waren. Veel gesprekken werden gevoerd over eventuele zaterdagavondvieringen. Dit kwam niet echt van de grond. Wel kwamen de eerste lectoren naar voren. Voor het priesterkoor werd een microfoon neergezet en daar werd de eerste lezing verzorgd door een parochiaan. Pas veel later mochten de lectoren op het priesterkoor bij de priester en de misdienaars plaats nemen.

Na het overlijden van zijn zus Lena kreeg pastoor Jorritsma het moeilijk en vroeg overplaatsing aan naar het bisdom Roermond.

 

 


‹ Terug naar overzicht

Copyright © 2019 Immanuel Parochie  -  Powered by CouchCMS