Sacramenten

De Rooms-Katholieke kerk kent zeven sacramenten. Deze, door Jezus Christus zelf ingestelde tekenen, tonen in krachtige woorden en handelingen de onzichtbare liefde van God. Het gaat om de sacramenten van Doopsel, Vormsel, Eucharistie, Huwelijk, Wijding tot diaken of priester, Ziekenzalving en Boete en Verzoening. Met uitzondering van de Diaken- of Priesterwijding die in ons bisdom plaats vinden in Leeuwarden of in Groningen, worden alle sacramenten binnen de parochies van ‘Immanuel’ gevierd.

 

In het keuzemenu vindt u informatie over een aantal sacramenten.

Tevens vindt u informatie over hoe u deze sacramenten binnen de parochies kunt ontvangen.

-   Welke sacramenten worden waar en wanneer gevierd?

-   Hoe kan ik mijn zoon, dochter of mezelf aanmelden voor het H. Doopsel?

-   Hoe zit het met de voorbereiding op het H. Vormsel?

-   Wie moet ik benaderen wanneer ik wil gaan trouwen?


Op al deze en andere vragen vindt u hier een antwoord.

 

 


Heilig Doopsel

 

'Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen

 en doopt hen in de naam van de

 Vader en de Zoon en de heilige Geest..'

Mt. 28:19

 

Betekenis van het sacrament

Voor alle christenen is het doopsel het eerste sacrament. Door het sacrament van het doopsel wordt men opgenomen in de gemeenschap rond Jezus Christus. Het sacrament vindt haar wortels in de woorden van de Schrift en in de ononderbroken traditie van de kerk.

Bij het doopsel wordt gebruik gemaakt van algemeen-menselijke en rijke symbolische betekenis. Door de doop wordt de dopeling deelgenoot aan het Paasmysterie van Jezus. Eeuwig leven wordt hem of haar beloofd. Door de doop komt de mens in een bijzondere verhouding te staan tot God de Vader en wordt de dopeling ook daadwerkelijk 'kind van God'.

 

Praktische informatie

Doopvieringen vinden bijna altijd op zondagmiddag plaats. De zondag is de dag van de opstanding. Door het doopsel krijgen we deel aan Christus’ dood en verrijzenis. In de parochies van Nieuw-Schoonebeek, Schoonebeek en Weiteveen vinden de doopvieringen plaats op vooraf bepaalde data die in de parochiebladen staan aangegeven. Meestal zijn er meerdere dopelingen in één viering. Pastor Lange gaat hierin voor. In de parochies van Coevorden en Steenwijksmoer kunt u afspraak maken met pastor Tjepkema. Hij zoekt samen met de doopouders en/of de dopeling een geschikte datum en tijdstip. In het hele parochieverband vinden voorafgaand aan de doopviering één of meerdere voorbereidende doopgesprekken plaats.

 

 


Heilig Vormsel

''Ontvang het zegel van de heilige Geest,

 de gave Gods”

uit de Vormselliturgie

 

 

Het sacrament van het vormsel

In de Bijbel

De Bijbel spreekt veelvuldig over de bezieling van de heilige Geest. In het boek Genesis wordt bij de schepping gezegd dat de Geest van God over de wateren zweefde (Gen. 1, 2b). In psalm 104 wordt over de levenskracht die van God uitgaat gezongen: ‘zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw’ (vs. 30). In het  

Nieuwe Testament zegt de engel Gabriël tot Maria: ‘De heilige Geest zal over u komen, de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen’ (Lc. 1, 35). Jezus benadrukt aan het begin van zijn openbare leven dat Hij geheel vervuld is van de heilige Geest (Lc. 4, 14-21). Later belooft Jezus de heilige Geest aan zijn leerlingen als trooster en helper (Joh. 14, 25-26), de Geest van de waarheid (Joh. 16, 13). Na zijn verrijzenis blaast Jezus over zijn leerlingen en zegt: ‘ontvangt de heilige Geest’ (Joh. 20, 22). Op Pinksteren worden velen bezield door het vuur van de Geest (Hand. 2, 1-4). Petrus en Johannes kwamen eens bij mensen die gedoopt waren, maar nog niet de heilige Geest hadden ontvangen (Hand. 8, 14-17). De apostelen spraken een gebed over hen uit en legden hun de handen op: de gedoopten ontvingen de heilige Geest. Zij lieten zich dopen in de naam van de Heer Jezus. Nadat Paulus hun de handen had opgelegd, kwam de heilige Geest over hen. (Hand. 19, 5-6a). In deze teksten is sprake van de bekrachtiging van het doopsel door een gave van de Geest die gegeven wordt door handoplegging en gebed.

 

In de liturgie

De bisschop is de eigenlijke bedienaar van het vormsel, de vormheer. Hij kan de taak toevertrouwen aan een vicaris of een deken. Wanneer een volwassene wordt opgenomen in de Kerk en het vormsel meteen na het doopsel plaatsvindt, is de pastoor doorgaans de bedienaar van het sacrament van het vormsel. Het vormsel wordt toegediend tijdens de viering van de eucharistie, na het houden van de preek, voorafgegaan door de afzwering van het kwaad en de belijdenis van het geloof door de vormeling. Het is de vernieuwing van de geloofsbelijdenis die bij het ontvangen van het doopsel werd uitgesproken. Daarna bidt de vormheer met uitgestrekte handen het gebed van de handoplegging om voor de vormeling de rijke gaven van de heilige Geest te vragen. Vervolgens komt de vormeling naar voren en wordt de naam van de vormeling genoemd. Dan zalft de vormheer met de rechterduim de vormeling in kruisvorm op het voorhoofd. Daarbij wordt gezegd: ‘Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods.’ Daarna wordt de vredeswens uitgewisseld. De vormheer zegt: ‘Vrede zij u.’ De vormdeling antwoordt: ‘En de vrede voor u.’

 

 

De betekenis

Het vormsel is de bevestiging, de voltooiing van het doopsel en kan evenals het doopsel slechts eenmaal worden toegediend,

Op bijzondere wijze wordt in het vormsel nog eens de kracht van de heilige Geest doorgegeven, de sterkte van de heilige Geest.

Het vormsel geeft de kracht van de heilige Geest om te getuigen van Jezus en zijn evangelie, om uit te komen voor je geloof in de levende Heer. De sterkte van de heilige Geest helpt een christen om in het dagelijkse leven in woord en daad méér te lijken op Christus. Jezus belooft aan zijn leerlingen van toen en nu: ‘gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn [...] tot aan het uiteinde der aarde’ (Hand. 1, 8).

 

Almachtige God, Vader van onze Heer Jezus Christus, Gij hebt uw dienaren herboren doen worden uit het water en de heilige Geest en bevrijd uit de macht van de zonde. Wij bidden U: zend over hen de heilige Geest, de Trooster, schenk hun de geest van wijsheid en verstand, de geest van inzicht en sterkte, de geest van kennis, van ontzag en liefde voor uw naam. Door Christus onze Heer. Amen. (Gebed bij de handoplegging)

 

 


Eucharistie

 

Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit,

 brak het en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden:

 “Neemt, eet; dit is mijn Lichaam”

Mc.26:26

Betekenis van het sacrament

De Eucharistie is het sacrament waarin Christus zijn lichaam en zijn bloed, dus heel zichzelf, aan de kerk geeft. Onder de gedaanten van brood en wijn komt Hij werkelijk aanwezig. Allen die Hem ontvangen, ontvangen werkelijk de verrezen Christus en worden in Hem één lichaam. De Eucharistie is dan ook de bron en het hoogtepunt van alle leven in de Kerk.

"Wanneer ieder van ons dezelfde Christus ontvangt, zijn we werkelijk allen in dit nieuwe, verrezen lichaam samengebracht, als de wijde ruimte waarin de nieuwe mensheid leeft." Zo drukte paus Benedictus XVI het grote, één makende mysterie van de Eucharistie uit in het boek ‘Licht van de wereld’ (2010).

In de Eucharistieviering wordt Christus verkondigd door de woorden uit de Bijbel en komt Hij aanwezig door het Eucharistisch gebed, uitgesproken door een priester. Namens Christus spreekt de priester de woorden: "Dit is Mijn lichaam dat voor u gegeven wordt. Dit is de beker van Mijn bloed dat voor u vergoten wordt" uit. Daarmee 'consacreert' (heiligt) hij het brood en de wijn.

Jezus heeft de Eucharistie ingesteld tijdens de laatste maaltijd die Hij hield met zijn leerlingen. Daarna ging Hij Zijn lijden en sterven tegemoet en van de getuigen weten we dat Hij verrees op de derde dag. Door zichzelf als voedsel te geven ("Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed") zegt Hij ons toe dat we delen in Zijn sterven en verrijzenis.

Het brood dat geconsacreerd is (de hosties), wordt uitgedeeld aan de gelovigen die ter communie gaan. Wat over is, wordt met respect bewaard in de tabernakels.

Iedere derde donderdag in de maand is er van 18.30 tot 20.00 uur gelegenheid om het Allerheiligst Sacrament te vereren door aanbidding in de kapel van zorgcentrum St. Franciscus te Coevorden. Aanbidding gebeurt ook in de parochiekerk van Coevorden na afloop van de viering op Witte Donderdag en van de viering op de vooravond van Sacramentsdag. Beide keren tot middernacht.

Praktische informatie

Kinderen van groep 4 van de basisschool die het H. Doopsel hebben ontvangen, kunnen na een periode van catechese hun Eerste Heilige Communie ontvangen. Deze feestelijke viering wordt voorafgegaan door een zogenaamde ‘presentatieviering’. In Coevorden, Nieuw-Schoonebeek en Weiteveen wordt de catechese gegeven op de katholieke basisscholen. In Schoonebeek en Steenwijksmoer en voor de kinderen uit de dorpen rond Coevorden gebeurt dat in aparte groepen. Pastor Tjepkema is degene die de Eerste Heilige Communie-catechese in alle vijf parochies coördineert.

 


 

Het sacrament van boete en verzoening

     

Heilige Schrift 

In de Bijbel spreken veel teksten over Gods goedheid en barmhartigheid. Jesaja zegt dat God bereid is tot vergeving, maar de profeet roept ook op tot bekering: “De zondaar moet zijn weg verlaten en de boosdoener zijn gedachten; en terugkeren naar de Heer, die zich over hem erbarmen zal, naar onze God, die immers rijkelijk vergeeft.”

In het evangelie schenkt Jezus vol liefde vergeving aan mensen die Hij ontmoet, bijvoorbeeld aan een tollenaar. Jezus schetst de barmhartigheid van God in gelijkenissen, zoals in de parabel met de verloren zoon. Jezus zei: “Niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken.” Aan het kruis bad Jezus: ”Vader, vergeef hun want ze weten niet wat ze doen.”

Na de verrijzenis sprak Jezus tot zijn leerlingen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u. Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Aan wie ge zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Zo gaf Jezus aan zijn apostelen de volmacht om zonden te vergeven in zijn Naam.

In de liturgie

De viering van het boetesacrament (biecht) begint met een kruisteken. Daarna nodigt de priester de boeteling uit om zich met vertrouwen te richten tot God en Gods barmhartigheid te ervaren. De priester leest een passende passage uit de heilige Schrift, in antwoord zegt de boeteling de algemene schuldbelijdenis (“Ik belijd voor de almachtige God en voor u vader…”) en hij noemt in een persoonlijke belijdenis zijn zonden. De priester helpt met vragen om de belijdenis onder woorden te brengen. De boeteling eindigt zijn persoonlijke belijdenis met te zeggen dat hij berouw heeft en spreekt het voornemen uit zich met Gods hulp te bekeren en de zonde te vermijden. De priester geeft aan de boeteling een opdracht mee bij wijze van boete (penitentie). Dat kan bijvoorbeeld een gebed zijn, een tekstlezing uit de Schrift of een goede daad. Dan strekt de priester zijn hand uit en zegt: “Ik ontsla u van uw zonden in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest”. (absolutie) Tot slot volgt een korte lofprijzing tot God uit dank voor Zijn genade en de priester zendt de boeteling heen: “Ga in vrede”.

De betekenis

In de doop ontvangt een mens vergeving van zonden. Eenmaal gedoopt, blijft het leven van een christen niet zonder zonde. Het sacrament van boete en verzoening biedt gelegenheid om ten overstaan van een priester je zonden te belijden, in het vertrouwen dat de Heer bereid is je opnieuw te vergeven.

Het is God die in dit sacrament zijn vergeving schenkt. Hij heeft het dienstwerk van de verzoening aan zijn Kerk toevertrouwd. In de loop der eeuwen is de vorm veranderd. Moest men eerder in het openbaar boete doen, in de 7e eeuw werd een besloten manier van belijdenis en boete doen geïntroduceerd en kon in een besloten ontmoeting tussen de boeteling en de priester het sacrament regelmatig worden ontvangen. Tot op de dag van vandaag wordt deze wijze van het sacrament van boete en verzoening in de Kerk gevierd. Door de vergeving van zonden wordt de gebroken gemeenschap tussen God en de boeteling hersteld, ook wordt de band tussen de zondaar en de Kerk vernieuwd.

Bij het vieren van het boetesacrament vervult de priester het dienstwerk van de goede herder die op zoek gaat naar het verloren schaap, ook dat van de barmhartige Samaritaan die de wonden verbindt, dat van de vader die uitkijkt naar de verloren zoon en hem bij zijn terugkeer ontvangt, het dienstwerk van de rechtvaardige rechter die zonder aanzien des persoons oordeelt en wiens oordeel tegelijk rechtvaardig en barmhartig is. Kortom, de priester is het teken en het instrument van Gods barmhartige liefde voor de zondaar. (Catechismus van de Katholieke Kerk nr. 1465).

“Vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven”, bidden wij in het Onze Vader.

“Als wij beweren zonder zonde te zijn, bedriegen wij onszelf en woont de waarheid niet in ons. Als wij onze zonden belijden, is Hij zo getrouw en genadig, dat Hij onze zonden vergeeft en ons reinigt van alle kwaad.” 


 

Het sacrament van de ziekenzalving

In de Bijbel - In het evangelie wordt bericht dat mensen hun zieken bij Jezus brachten in de hoop dat zij verlichting of genezing ontvingen (Mt. 4, 24). De genezingen door Jezus zijn tekens dat het rijk van God op komst is. Ook de apostelen kwamen in Jezus’ Naam in aanraking met zieken en met mensen die te lijden hadden. Het bezoeken van een zieke is tot op de dag van vandaag een werk van barmhartigheid. Jezus zei: ‘Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht [..] al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan’ (Mt. 26, 36.40).

In de liturgie - De ziekenzalving wordt toegediend door een priester aan een zieke of groepsgewijs in een kerk, tijdens een speciale (eucharistie) viering. De priester opent de viering vaak met een besprenkeling van de zieke en de kamer met wijwater: ’Moge dit water u herinneren aan uw doopsel en uw geest richten op Christus, die geleden heeft, gestorven en verrezen is om ons te verlossen.’ Daarna volgt een schuldbelijdenis. Ook kan een zieke vragen om het sacrament boete en verzoening (de biecht) en zo voorafgaande aan de ziekenzalving vergeving van zonden ontvangen. Woord en sacrament vormen een ondeelbaar geheel. Daarom wordt er voorafgaande aan de toediening van het sacrament van de ziekenzalving gelezen uit de H. Schrift, het woord van God, hierna legt de priester in stilte de handen op het hoofd van de zieke zoals Jezus deed (Mc. 6,5) en spreekt hij een gebed over de zieke uit: ‘Gezegend zij Gij, God”. Vervolgens zalft de priester de zieke op het voorhoofd en de handen met ziekenolie. Indien de zieke in staat is de heilige communie te ontvangen, dan wordt na het bidden van het Onzevader de communie uitgereikt. Wanneer iemand stervende is, wordt de H. Communie gegeven als reisvoedsel (viaticum) voor de overgang naar het eeuwig leven. De viering van de ziekenzalving wordt besloten met de zegen voor de zieke en voor de andere aanwezigen.

De betekenis

Troost en vrede - In de ziekenzalving raakt Christus in kracht van de heilige Geest de zieke aan en schenkt de nodige bijstand. De Heer neemt de zieke als het ware bij de hand en geeft de genade van troost, van vrede en bemoediging.

Verbonden met Christus - In de ziekenzalving ontvangt de zieke de kracht en de moed om zijn ziekte en pijn te verbinden met het lijden van Christus, in het geloof dat hij eens mag delen in het nieuwe leven van Christus. Zo houdt de ziekenzalving een zending in: de opdracht om in verbondenheid met Christus het vaste vertrouwen te bewaren dat het ziek zijn en het sterven niet het laatste woord hebben. Met Christus loop je als zieke nooit verloren en is je leven geen doodlopende weg.

Voorbereiding - Als de ziekenzalving gegeven wordt aan iemand die op het punt staat het aardse leven te verlaten, dan wordt de zalving ook wel het sacrament van de stervenden genoemd. De laatste zalving die het einde van een mensenleven op aarde markeert, helpt om je leven te durven toevertrouwen aan God, overgave aan God als voorbereiding op de ontmoeting met God na dit leven.

God zal verlichting schenken, zegt de priester. Dit kan betekenen: God brengt verlichting van de zware lasten die de zieke draagt. Maar het woord ‘verlichting’ betekent meer: de mens [..] zal opstaan en opgericht worden tot eeuwig leven bij God. Hij zal thuiskomen. Het wordt Pasen voor de zieke.

Jezus heeft niet alle zieken genezen, zijn genezingen waren tekens van de komst van het Rijk Gods. Zij kondigden een diepere genezing aan: de overwinning op zonde en dood door zijn Pasen. De ziekenzalving mag meerdere keren worden ontvangen. Mensen, kunnen wanneer zij duidelijk zwakker worden de ziekenzalving ontvangen, maar ook voor een zware operatie is het mogelijk.

Jezus zegt: ‘Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken.’ (Mt. 11,28)


 


Huwelijk

Het sacrament van het huwelijk

In de Bijbel - In het evangelie willen Farizeeën Jezus op de proef stellen met een vraag over het huwelijk (Mt. 19, 1-6; Mc. 10, 1-12): ‘staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?’ In antwoord verwijst Jezus naar het boek Genesis. Jezus vestigt de aandacht op de bedoelingen van de Schepper met betrekking tot het huwelijk. Jezus beklemtoont dat God de mens heeft geschapen met een bestemming en dat het huwelijk een roeping is. De Schrift maakt onderscheid tussen man en vrouw als natuurlijk gegeven in de schepping (scheppingsorde). Ook is er de opdracht om kinderen voort te brengen (Gen. 1, 28).Het huwelijk van man en vrouw is in de Schrift een natuurgegeven en die natuur komt van God. Het is fundamenteel dat man en vrouw naar Gods beeld en gelijkenis geschapen zijn (Gen. 1, 27). Wijzend naar de oorspronkelijke intentie van God bij de schepping, verklaart Jezus expliciet: ‘Wat God verbonden heeft, mag een mens niet scheiden’ (Mt. 19, 6b).

 

In de liturgie - De sluiting van het huwelijk tussen man en vrouw gebeurt door hun wederzijdse jawoord. De priester of diaken is bij een huwelijkssluiting aanwezig als officieel getuige van de Kerk. Man en vrouw geven elkaar in de Kerk het sacrament van het huwelijk en spreken ten overstaan van een priester of diaken aan elkaar hun trouwbelofte uitspreken, in aanwezigheid ook van twee andere getuigen. Na de trouwbelofte vinden de zegening en de overreiking van de huwelijksringen plaats en kan een huwelijkskaars worden ontstoken. De huwelijkssluiting in de Kerk kan zowel plaatsvinden in een eucharistieviering als in een viering van woord en gebed, in beide vieringen wordt de huwelijkszegening  uitgesproken.

 

 

De betekenis

Verbond - Het huwelijk wordt een verbond genoemd. Verbond heeft in de Bijbel te maken met de band van liefde en trouw die God met zijn volk aangaat, voor altijd. Op grond van hun jawoord zijn man en vrouw geroepen om als gehuwden een levenslange wederzijdse band aan te gaan. In de trouwbelofte wordt gezegd ‘al de dagen van ons leven’.

Sacrament - De liefde en trouw in het huwelijk zijn beeld van de liefde van God voor zijn volk (verbond). De apostel Paulus schrijft: ‘Man en vrouw zullen één vlees zijn. Dit geheim heeft diepe zin. Ik voor mij betrek het op Christus en de Kerk’(Ef.5,32). Het huwelijk is dus beeld van de band tussen Christus en zijn Kerk. Het sacrament van het huwelijk is teken van Gods liefde en geeft als werkzaam teken de kracht aan gehuwden om in eenheid hun belofte van liefde en trouw gestand te doen.

LevensgemeenschapIn het huwelijk zijn man en vrouw geroepen om samen door het leven te gaan, en over en weer de rechten en plichten van het huwelijk in trouw te bewaren en te volbrengen, zo hebben man en vrouw deel aan elkaars leven; dat zij elkaars welzijn en geluk voor ogen hebben en dat zij als gehuwden bereid zijn ouders van kinderen te worden. Een gelovig gezin wordt ook wel ‘huiskerk’ genoemd, omdat daar het geloof samen beleefd en verdiept kan worden in gebed en wederzijds hulpbetoon, tot opbouw van de Kerk en de samenleving.

“Er bestaan situaties waarin het echtelijk samenleven om uiteenlopende redenen praktisch onmogelijk wordt. De christelijke gemeenschap wordt ertoe geroepen de echtgenoten te helpen hun situatie op christelijke wijze te beleven in trouw aan hun huwelijksband die onontbindbaar blijft.” (Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1649)

“Ik aanvaard je als mijn man en ik beloof je trouw te blijven in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid. Ik wil je liefhebben en waarderen al de dagen van ons leven.” (Trouwbelofte van de bruid)

“God, Gij hebt de gemeenschap tussen man en vrouw tot sacrament geheiligd en verheven. Daardoor is de verbondenheid in het huwelijk teken van de liefde die Christus de Kerk toedraagt.” (Gedeelte huwelijkszegen) 


 

Het sacrament van de wijding

In de Bijbel

Jezus riep mensen om Hem te volgen (Mc. 1, 15). Naast de oproep aan alle mensen van goede wil koos de Heer twaalf leerlingen uit om op een bijzondere manier met Hem verbonden te zijn en uitgezonden te worden. Toen de Heer tijdens het laatste avondmaal de eucharistie instelde, kregen zij de opdracht: “Doet dit tot een gedachtenis aan Mij.” (Lc. 22, 19) Na de verrijzenis zendt de Heer zijn apostelen uit: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen [..] en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.” (Mt. 28, 19-20)

De apostelen verzamelden op hun beurt naaste medewerkers bij de vervulling van de opdracht van de Heer ontvangen. Ze stelden zeven mannen aan als diakens om mee te werken ten behoeve van de ondersteuning aan de weduwen en armen (Hand. 6, 4).

Reeds in de brieven van het Nieuwe Testament worden in de jonge Kerk verschillende ambten aangeduid o.a. diakonoi (diakens). De overdracht van de ambten gebeurde door handoplegging en gebed.

In de liturgie

De wijding tot diaken, priester of bisschop vindt plaats in een viering van de eucharistie. Na de schriftlezingen wordt de wijdeling naar voren geroepen. Ten overstaan van de wijdende bisschop antwoordt de wijdeling: “Ja, hier ben ik.” Er volgt een korte verklaring dat de wijdeling geschikt is om de wijding te ontvangen. De bisschop houdt de preek waarin hij de lezingen van de Schrift uitlegt en het geloof verkondigt. Daarna antwoordt de wijdeling bevestigend op een aantal vragen van de bisschop die betrekking hebben op de dienstbaarheid aan God en aan de mensen, en op vragen die betrekking hebben op de specifieke verantwoordelijkheden die met het ambt van diaken, priester of bisschop gegeven zijn. Daarna wordt een smeekgebed (litanie) tot God en alle heiligen gezongen, terwijl de wijdeling gestrekt voorover op de grond ligt. Vervolgens gaat de wijdeling naar de bisschop toe om gewijd te worden. De wijdende bisschop legt in stilte de handen op het hoofd van de wijdeling. De wijdeling blijft geknield, terwijl de bisschop het wijdingsgebed bidt: “Moge God, die het goede werk in u is begonnen, het zelf tot voltooiing brengen.” (Rituale wijding). Er zijn specifieke gebeden en een aantal aanvullende handelingen voor de wijding tot diaken, tot priester en tot bisschop.

De betekenis

Het sacrament van de wijding staat ten dienste van het geloofsleven van heel de Kerk, het Volk van God. De dragers van het gewijde ambt zijn aangesteld om in Christus’ Naam het geloof te verkondingen, de sacramenten te bedienen en herders te zijn van de medegelovigen die aan hun zorg zijn toevertrouwd.

Door het doopsel en het vormsel hebben alle gelovigen deel aan de zending die Christus aan zijn Kerk gegeven heeft: het gemeenschappelijk priesterschap van de gelovige. Zij zijn geroepen om bij te dragen aan de opbouw van een inspirerende Kerk en van daar uit mee te werken aan een samenleving die meer de vorm aanneemt van het koninkrijk van God.

Het ambtelijke priesterschap, op grond van de wijding, heeft de taak om in Christus’ Naam de gelovigen te voeden en te sterken met de sacramenten en de verkondiging, en leiding te geven. Zo worden de gelovigen toegerust om de opdracht van het gemeenschappelijk priesterschap in de Kerk en daarbuiten te volbrengen. Het gemeenschappelijk priesterschap van de gelovigen en het ambtelijke priesterschap van de wijding verschillen dus wezenlijk van elkaar maar zijn op elkaar aangewezen. Beiden hebben op een eigen manier deel aan het priesterschap van Christus.

“Wij hebben voor u gebeden dat uw geloof niet bezwijkt. En gij op uw beurt tot inkeer gekomen, versterk uw broeders, versterk uw zusters.”

(H. Beex, Lied van de wegzending)

 

Alle woorden die in de Kerk gesproken worden, dienen om het Woord van God te verkondigen, te vieren en als bron van leven en inspiratie door te geven. Ambtsdragers in de Kerk zijn verkondigers en uitleggers van het Woord van God, maar allereerst blijven ze luisteraars en leerlingen, net als iedereen. Zoals de gelovigen door de sacramenten van het doopsel en het vormsel deel krijgen aan het gemeenschappelijk priesterschap, zo verleent het sacrament van de wijding de waardigheid en de zending van het ambtelijk priesterschap. 

Op al deze vragen vindt u hier een antwoord.

Méér informatie over het desbetreffende sacrament vindt u in het keuzemenu.

 

Doopsel

 

'Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen

 en doopt hen in de naam van de

 Vader en de Zoon en de heilige Geest..'

Mt. 28:19

 

Betekenis van het sacrament

Voor alle christenen is het doopsel het eerste sacrament. Door het sacrament van het doopsel wordt men opgenomen in de gemeenschap rond Jezus Christus. Het sacrament vindt haar wortels in de woorden van de Schrift en in de ononderbroken traditie van de kerk.

 

 

Copyright © 2017 Immanuel Parochie  -  Powered by CouchCMS